van mijn middagdutje
zodat ik niet kon slapen
toen het echt bedtijd was.
liep door het huis en meende
lichtflitsen te zien.
nog eens kijken door ander raam,
waarvoor ik eerst verduistering
opzij moest schuiven, lamp uit,
naar echts loeren met neus tegen
het beslagen raam en ja hoor, jazeker
er kwamen golven groen licht
aanflisen, verwijlen en weer wegzakken.
geen enkel geluid.
na een poos van vreemde maar niet onheilspellende stilte
begon er plots een stortbui neer te kletteren.
had die er iets mee te maken?
ik zocht op of er misschien in nederland en met name
in mijn omgeving te maken konden hebben
met de kleurtafrelen van het beroemde noorderlicht.
die waren wel eens vaker gesignaleerd en door mij gemist.
met die klimaatverandering
wist je het maar nooit.
bij twitter vond ik dat het zwaar gebliksemd had
die avond op het moment dat belgie van zweden won,
maar ook dat het waarnemen van lichtflitsen kon wijzen
op een loslatend netvlies. er stonden herkenbare foto's bij.
nu stelde de regen gerust.
het lichtgolven nam hier toe en ook rommelde het
tot mijn geruststelling, zodat ik de camera nam,
het raam opende, een hoge isowaarde instelde
en probeerde de natuur te snel af te zijn.
ik kon dat natuurlijk best maar de camera niet,
terwijl die doorgaans slimmer is dan ik ben.
nu moest hij echt te lang overwegen
wat te doen en dan was het alweer donker.
na een poos voelde ik dat ik natte voeten had
van binnenregenend water en ik moest het toestel
ook steeds verder terugtrekken
terwijl ik opdringerige druppels eraf veegde.
na het dweilen en het oplossen
van een mega supersudoku
was het wel wat laat of vroeg geworden.
ik voelde me fit en ondernemend
en besloot omdat het nu eenmaal nacht was
een kop slaapbevorderende thee tot me te nemen.
de vijf laurierpottertjes die ik tegen mijn verhemelte
liet smelten waren bijna op, de poezen
sprongen levendig in het rond
en ik doopte een brok volkorenbeschuit,
barstensvol nootjes en zaadjes, in de thee
die daardoor nauwelijks opgehaald werd.
die smaakte net zo vies als altijd naar niets.
intussen was de regen geminderd, het raam kon weer open
en ik hoorde de kikkers ongedeerd kwaken.
in de keuken rook ik alweer kattenvoer,
een offer dat ik breng voor mijn lievelingen,
maar het blijf een lijkengeur, althans zolas ik lijkengeur ken:
de stank van dode vis.
met de